LINC 3

Meer weten, beter meten

LDC heeft, samen met huispsycholoog Sjoerd Dingemanse en een team van Universiteit Gent, hard gewerkt aan een ‘next generation’ interessetest. Uniek voor Nederland en volgens wetenschappers ook daarbuiten. Na ‘BZO’ en ‘LINC’ binnenkort online bij LDC: LINC 3. De 3e generatie interessetest.

Auteur:  Sjoerd Dingemanse. Sjoerd Dingemanse is als arbeids- en organisatiepsycholoog al jarenlang verbonden aan LDC en gespecialiseerd in het gebruik van psychologische tests bij loopbaan- en studiekeuze vraagstukken. Daarnaast is hij verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sjoerd en LDC werken in de ontwikkeling van LINC 3 nauw samen met een team van de Universiteit van Gent onder leiding van prof. dr. Filip De Fruyt en prof. dr. Bart Wille. LINC 3 ziet rond de zomer van 2020 het levenslicht en mag beschouwd worden als een voor Nederland unieke ‘next generation’ interessetest. In dit artikel de achtergronden.

Eerst nog even opfrissen… hoe het ook alweer zat met die Holland-theorie?

 

LINC 3 is, net als voorgangers BZO en LINC,* gebaseerd op het model van John L. Holland (1919-2008). Zijn theorie is een van de fundamenten in het wetenschappelijk onderzoek naar werkinteresses en beroepskeuzes. Voor de fijnproevers: het hexagonale model van Holland is nog altijd te zien in de layout van het belangrijkste wetenschappelijke tijdschrift van ons vakgebied, the Journal of Vocational Behaviour.

* LINC blijft naast LINC 3 ook gewoon beschikbaar.

De kern van de theorie van John Holland laat zich in vier zinnen samenvatten

  1. Er bestaan zes typen werkomgevingen (Praktisch, Analytisch, Kunstzinnig, Sociaal, Ondernemend en Conventioneel) en zes typen mensen die daarbij passen.
  2. Echte werkomgevingen en echte individuen zijn samengesteld uit een mix van de zes standaardtypen.
  3. Deze mix wordt PAKSOC-profiel of Holland-profiel genoemd.
  4. Hoe beter het profiel van het individu aansluit op het profiel van de werkomgeving, hoe plezieriger, effectiever en gemotiveerder het individu in die specifieke omgeving zal kunnen werken.

Het hexagonale model van Holland

LINC 3 heeft 4 belangrijke kenmerken

  1. Zestien onderliggende interessecomponenten
  2. Doorleefde interesse
  3. Veranderindicator
  4. Learning Agility
1. Zestien onderliggende interessecomponenten

Omdat de indeling in zes types best globaal is, heeft Dingemanse samen met prof. dr. Filip De Fruyt en prof. dr. Bart Wille, een structuur van 16 onderliggende interessecomponenten geformuleerd. LINC 3 maakt gebruik van deze fijnmazige structuur.
De Beroependatabase van LDC is hierop speciaal aangepast. Een groot team heeft het afgelopen jaar gewerkt aan het toevoegen van deze 16 componenten aan alle ruim 4.000 beroepen. De afbeelding hieronder laat zien dat de hoofdtypen van Holland zijn gespecifieerd naar 2, 3 of 4 componenten. Meer weten, beter meten…

Van 6 types naar 16 componenten

 

Het interesseprofiel toont nu meer details. Dat levert extra informatie op en het bespaart tijd. De adviseur kan beter zien waar de knelpunten zitten. In het gesprek met de cliënt ligt de focus sneller op de belangrijkste uitkomsten.

LINC 3 is daardoor een heel efficiënt hulpmiddel. Het volgende voorbeeld laat zien hoe dit in de praktijk werkt.

Een praktijkvoorbeeld

Twee cliënten, Jan en Marie, hebben een iets bovengemiddelde score op Kunstzinnig. Gemiddelde scores zijn lastig: is deze interesse belangrijk genoeg om mee te nemen in een loopbaanadvies? Of is het gewoon iemand met een creatieve hobby?

Jan

Totaalscore Kunstzinnig Jan

 

 

Componentenscores Jan

 

 

 

 

 

Jan heeft weinig op met klassieke kunstvormen, zoals opera of ballet. Hij ziet zichzelf niet als een heel kunstzinnig type. Jan heeft wel wat creatieve hobby’s: hij kookt, hij luistert altijd naar muziek en hij vindt het leuk om websites te ontwerpen. In het LINC 3 profiel van Jan vertaalt zich dit in de hoge score op toegepaste, alledaagse creativiteit en de veel lagere score op Kunst met een hoofdletter K.

Marie

Totaalscore Kunstzinnig Marie

 

 

 

Componentenscores Marie

 

 

 

 

 

Marie is iemand die nog niet zeker weet wat ze wil met haar loopbaan. Als het om kunst en creativiteit gaat, is zij best breed geïnteresseerd. Zij ziet zichzelf wel als een kunstzinnig type. Kunstgeschiedenis studeren lijkt haar wel wat. Vergeleken met Jan is dit profiel meer fundamenteel kunstzinnig. Jan is meer een consument van kunst. Voor Marie is het belangrijker om in een creatieve/kunstzinnige omgeving te werken dan voor Jan.

Zonder de componentenscores is het in dit geval lastiger om erachter te komen hoe het precies zit. De adviseur moet meer vragen stellen om te kunnen doorgronden wat de gemiddelde score op het kunstzinnige menstype voor de cliënt en het advies betekent. In dit geval zou de adviseur bij Marie nog even flink moeten doorvragen om er de vinger achter te krijgen. Bij Jan kan volstaan worden met een paar controlevragen.

2. Doorleefde interesse

De uitkomsten van LINC 3 hebben een hoog realiteitsgehalte. Dat komt door het gebruik van wat wij ‘doorleefde interesse’ noemen.

Ik houd van sport

Deze stelling geeft een indicatie voor een soort algemene, vrijblijvende vorm van interesse. Iemand die “Helemaal eens” zegt, kan een afgetrainde, 5-keer-per-week sporter zijn. Maar het kan ook iemand zijn die met bier en chips op de bank zit te kijken hoe andere mensen rondjes rijden met een formule 1 auto. In beide gevallen heeft de invuller een eerlijk antwoord gegeven. Wij noemen “Ik houd van sport” een algemene interesse stelling. Het is de moeite waard om deze ‘passieve, vrijblijvende’ vormen van interesse in kaart te brengen.

Ik sport minstens twee keer per week

Dit is een doorleefde interesse stelling. Deze uitspraak gaat wat verder, is wat specifieker. Dit is slechts één voorbeeld. We verklappen niet hoe het precies in elkaar zit, maar we hebben verschillende technieken toegepast om een deel van de stellingen in LINC 3 meer selectief te maken. Een hoge score op een interesse kan alleen als de invuller óók op de doorleefde interesse-stellingen hoog scoort. Anders gezegd: een hoge score is geloofwaardig, omdat LINC 3 al een realiteitscheck heeft uitgevoerd. Een gemiddelde score wijst op een algemeen idee van ‘het wel leuk vinden’. Bij een hoge score is de interesse meer intens en wordt de interesse meer vertaald naar actie.

3. Veranderindicator

Op dit moment heb ik te weinig doorgroeimogelijkheden

Er moet op korte termijn iets veranderen in mijn loopbaan

In de LINC 3 vragenlijst wordt op verschillende manieren in kaart gebracht hoe groot iemands onrust is. Een hoge totaalscore van de Veranderindicator geeft een sense of urgency weer. Betrokkene is hard toe aan iets anders. Een heel hoge score werkt als een soort ‘cry for help’, waarbij de redenen om weg te willen alles overheersend zijn. Dat kan ertoe leiden dat men niet zo kritisch meer is. Bij een heel hoge score spreekt de invuller zichzelf ook tegen (denk bijvoorbeeld aan de combinatie ‘ik wil meer structuur in mijn werk’ en ‘ik wil meer gaan leidinggeven’).

Een gemiddelde score wijst op een veranderbehoefte, maar wel met voorwaarden. Een gemiddelde score kan ook voorkomen bij een vaag ‘ik wil iets anders maar ik weet niet wat’ – idee.

Een lage score is een indicatie voor balans: de invuller is tevreden met hoe het nu gaat. Als de score verrassend laag is, kan er ook sprake zijn van overbelasting: de invuller heeft op dit moment zo veel op het bord liggen, dat hij/zij niet aan veranderingen moet denken.

De aanleiding voor het ontwikkelen van de veranderindicator-schaal, is dat wij in onze praktijk soms meemaken dat mensen wel zéggen dat ze toe zijn aan iets anders, maar daar verder weinig onderbouwing aan kunnen geven. De Veranderindicator is het directe gevolg van onze behoefte om dit fenomeen meetbaar te maken. Want daardoor wordt het bespreekbaar.

4. Learning Agility

Het laatste element dat nieuw en anders is, heeft te maken met hoe flexibel, leerbaar en veranderbaar mensen zijn.
Learning agility (omdat dit in het Nederlands zoiets als “leerlenigheid” zou moeten zijn, gebruiken we de originele term) staat voor het vermogen om op basis van nieuwe ervaringen snel en flexibel nieuw effectief gedrag te ontwikkelen. Dit is uiteraard een relevant fenomeen in het kader van iemands loopbaanontwikkeling. De totaalscore op Learning agility is opgebouwd uit vijf sub-scores: People Agility, Results Agility, Change Agility, Mental Agility en Self-awareness. De totaalscore geeft aan in hoeverre iemand van nature vlot en soepel zal veranderen en ontwikkelen. Voor een deel wordt Learning agility in kaart gebracht door ‘dedicated’ stellingen en voor een deel is er een duidelijke overlap met bestaande interessecomponenten, denk hierbij aan intellectuele interesses zoals nieuwsgierigheid en leergierigheid.

Drie generaties Holland instrumenten

Het cijfer 3 in de naam LINC 3 verwijst naar de derde generatie. In de ontwikkeling van de vragenlijsten die zijn gebaseerd op het Hollandmodel zijn drie belangrijke fases te herkennen. Bij deze een kort historisch overzicht.

De eerste generatie

De meest bekende interessetest van John Holland was een doe-het-zelf vragenlijst, the Self Directed Search (SDS). Rein Hogerheijde (1943-2005) heeft in 1981 de Nederlandstalige versie daarvan gepubliceerd: het Beroepskeuze Zelf Onderzoek (BZO). Aanvullend daarop zijn nog andere vragenlijsten gemaakt, zoals bijvoorbeeld de functieprofiel test (FPT) waarmee banen konden worden ‘vertaald’ naar een Holland-score. Dit was de eerste generatie Holland-instrumenten.

De tweede generatie

Dik twintig jaar later hebben Hogerheijde en Dingemanse een vragenlijst gemaakt die gebaseerd is op het Holland-model, maar op een totaal nieuwe wijze is opgebouwd. Niet ‘gewoon zes soorten vragen voor zes soorten interesses’, maar een complex raamwerk waarin veertien arbeidsgebieden, negen soorten taken, drie opleidingsniveaus en de 6 hollandtypes in verwerkt zijn. Dit instrument is de LINC, LDC interesse en competentie vragenlijst, geïntroduceerd in 2006.

De derde generatie

De derde generatie Holland instrumenten is ontstaan vanuit de behoefte om de interesses via een fijnmaziger systeem in kaart te kunnen brengen. De afgelopen 15 jaar hebben we een aantal vragenlijsten ontwikkeld die gebaseerd zijn op het zes types-systeem van John Holland, maar ook een profiel geven van de onderliggende interessecomponenten. LINC 3 is het vlaggenschip van deze derde generatie instrumenten.

Het uitgebreide Hollandmodel van de derde generatie

 

LINC 3 gratis uitproberen?

Nieuwsgierig geworden naar LINC 3? De test is nog in ontwikkeling. Reserveer alvast een gratis demo.

Demo aanvragen

Of zoek direct naar: